Home  /  Drinkwater & Riolering  /  Producten en diensten  /  Aansluitingen  /  Technische voorschriften

Technische voorschriften

Een aansluiting kan pas gebeuren na een keuring. De aanvrager kan toch een aansluiting laten uitvoeren vóór de keuring is gebeurd. In dit geval zal in het huisaansluitingsputje "Vuil Water” een vergrendelklep worden ingeplaatst en verzegeld, zodat er geen afvoer van afvalwater kan gebeuren tot de keuring is gebeurd. Na de keuring zal het verzegelde vergrendelklep worden verwijderd door het Waterbedrijf. Indien zou blijken tijdens de periode vóor de keuring,  dat afvalwater loopt via het erfscheidingsputje "Regenwater” naar het openbaar saneringsnetwerk, zal het erfscheidingsputje "Regenwater” ook worden afgesloten en verzegeld.

De normale diepte van een huisaansluiting is 1,0 m (loop van het water), tenzij de straatriolering hoger zit. Het beveiligen van de privéwaterafvoer voor eventueel terugstromen van afvalwater of regenwater of geurhinder vanuit het openbaar saneringsnetwerk  is een last van de klant.Aan de straatzijde, op privé-domein binnen 0,5 m na de rooilijn, moeten de 2 erfscheidings-/toezichtsputjes aanwezig zijn. Bij rijwoningen zonder voortuinstrook of zonder zone non-aedificandi mogen de erfscheidingsputjes op openbaar domein worden geplaatst, binnen 0,5 m voor de rooilijn. De diameter van de putjes is Ø315 mm voor DWA of vuil water en Ø250 voor RWA of regenwater.

De rioleringsbuizen richting straat moeten minstens tot 0,5 m na voor de rooilijn aanwezig zijn en eindigen met een mof. De te gebruiken kleuren voor de buizen en putjes (ook binnenzijde van de putjes) zijn: roodbruin of zwart of wit voor vuilwater/DWA en grijs voor regenwater/RWA.  De leiding is PP160mm SN8. De deksels hebben bij voorkeur de benaming "Vuil Water” (i.p.v. DWA) of "Regenwater” (i.p.v. RWA).  De twee putjes moeten binnen een sleufbreedte van 1 meter kunnen worden aangelegd. Dit houdt in dat de aslijn van beide leidingen maximaal 60 cm en minimaal 40 cm naast elkaar ligt. De toegang tot de erfscheidings-/toezichtsputjes moet dermate zijn dat deze ook gebruikt kunnen worden voor cameraonderzoek en voor rioolontstopping. De putjes worden ook gebruikt tijdens de keuring. Tijdens deze keuring moeten de putjes vrij zijn en moet van bovenaf het water in de putjes kunnen worden gezien.

De beide erfscheidingsputjes, met vergrendelklep en gietijzeren deksel, moeten worden aangeschaft bij het Waterbedrijf. Bij vernieuwbouw, waarbij het oud gebouw wordt afgebroken en een nieuw geplaatst, dient de huisaansluiting op de straatriool op dezelfde plaats te gebeuren met een maximale afwijking van één meter. Het traject van de huisaansluitingsbuis op het openbaar domein is de kortste weg van de aansluiting op de straatriool naar het huis. Op de plaats waar de huisaansluitingsbuis toekomt op het pand, dienen de erfscheidingsputjes op het privé-domein te zitten. Bij ééngezinswoningen dient steeds een voorbezinkput (ook gekend als septische put) te worden geplaatst voor alle "zwart” water (ook gekend als water met faecaliën), waarop minstens alle toiletten toekomen. De overloop van deze voorbezinkput komt dan toe, samen met de andere leidingen van afvalwater op het huisaansluitingsputje "Vuil Water”. De geregelde lediging en controle van de voorbezinkput is een last van de klant.Het zijdelings verloop is de afstand evenwijdig met de gevel tussen de oude aansluiting op de straatriool en de nieuwe aansluiting vertrekkende uit het gebouw.

corona